Asymmetrische tonische nekreflex (ATNR)

Bij deze reflex worden de arm, de hand en het been gestrekt aan de kan waar het hoofd naartoe wordt gedraaid. De arm en het been aan de kant van het achterhoofd ontspannen tot in (lichte) buigstand. Wanneer deze reflex ongeremd aanwezig blijft, dan zal het kind in veel van zijn bewegingen gestoord worden doordat zijn evenwicht en zijn links-rechtscoördinatie verstoord zijn. Kruipen is lastig, bij lopen zal het zijn evenwicht gemakkelijk verliezen en ook schrijven, lezen en spellen is moeilijk. De kant waar het hoofd naartoe draait, of zelfs de richting waar de ogen naar kijken!, wil zich immers strekken en de andere kant wil ontspannen. Deze kinderen hebben moeite met het passeren van de middellijn, zowel fysiek als bij de verwerking van informatie via hun ogen:

Lopen, gooien, vangen, sporten, het ziet er vaak wat houterig en onevenwichtig uit. Tijdens het lopen willen de arm en het been aan dezelfde kant naar voren bewegen, dus rechterarm en rechterbeen, in plaats van kruislings rechterarm en linkerbeen. Jonge kinderen kunnen moeite hebben met het overpakken van een voorwerp van hun ene naar hun andere hand, of iets met beide handen tegelijk doen of pakken. Zijn lijf wil eigenlijk maar met één kant tegelijk iets doen. Bij vangen of schoppen van een bal, vooral als die schuin van voren komt, ziet het kind het vertraagd en zal hij net te laat zijn of missen.

Soms ontwikkelen deze kinderen geen voorkeursarm of been (rechts- of linkshandig zijn). Dat is lastig, want dan moet hij bij elke beweging bewust nadenken over welke kant hij gebruiken zal. Wat ten koste gaat van snelheid en vloeiend zijn van die beweging. Ook deze reflex levert een kind veel stress op en het onderdrukken van de reflex om ‘normaal’ te kunnen functioneren, kost hem onnodig veel inspanning en energie.

Minder zichtbaar maar met soms flinke gevolgen, geldt de verstoorde links-rechtscoördinatie ook voor de oogbewegingen van het kind: het passeren van de middellijn is vertraagd en moeilijk. Informatie via de ogen komt een fractie van een seconde na elkaar binnen of wordt ongelijkmatig verwerkt. Dat is vervelend als je een bal moet vangen, maar belemmert ook het schrijven, spellen en lezen. Dan moeten zijn ogen immers over de middellijn van de bladzijden en hij zal zijn hoofd moeten draaien van het schoolbord, naar zijn schrift en/of naar zijn boek. Kinderen met dyslexie of dyscalculie hebben vaak een ongeremde ATNR.

Het handschrift van mensen met een ongeremde ATNR is vaak slordig, hoekig of houterig. Ook dat wordt veroorzaakt doordat de arm en de hand (en het been) willen strekken aan de kant waar het hoofd naartoe is gedraaid. Het kost zo’n kind bovenmatig veel inspanning om toch zijn pen te blijven vasthouden en zijn arm te buigen om te kunnen schrijven of om de bladzijden van zijn boek om te slaan. Die inspanning is zo groot dat hij daar al zijn aandacht voor nodig heeft, wat weer ten koste gaat van het opnemen van de inhoudelijke informatie en de lesstof die hem worden aangeboden. Omgekeerd wordt hij door diezelfde benodigde fysieke inspanning afgeleid bij het op papier krijgen van zijn ideeën. Dat zal niet zelden leiden tot grote frustratie omdat hij het immers wel weet en het heel goed kan vertellen, maar het niet schriftelijk verwoord krijgt. Bij schrijven is het been aan de kant waarmee geschreven wordt vaak gestrekt, om een stoelpoot geslagen of het kind zit erop.

Het niet goed samenwerken van linker en rechterdeel van het brein kan ook leiden tot zwart-wit denken, waarnemen of voelen. Soms kan iemand alleen maar rationeel denken, anderen kunnen alleen vanuit emotie redeneren.

Kenmerken

  • Moeite met lezen, schrijven, spellen of rekenen

  • Uit evenwicht raken of duizelig worden bij het draaien van het hoofd (bijv. houterig, onevenwichtig lopen, moeite met (bal-)sporten, veelvuldig stoten of vallen, erg vermoeid raken tijdens autorijden)

  • Oogproblemen zoals uitdroging, veroudering of vitaminetekorten

  • Arm en been aan één zijde gelijktijdig willen bewegen (bijv. moeilijk kunnen huppelen, been om stoelpoot geslagen bij schrijven, moeite met zwemmen, als baby niet hebben gekropen)

  • Verkrampte spieren en/of pijn in nek, rug, armen en benen

  • Geen voorkeurszijde hebben (bijv. schrijft links, maar voetbalt rechts, of wisselt telkens)

  • Slordig, hoekig handschrift (ook: potloodpunten breken steeds af, pen te hard op papier, witte knokkels door te strak vasthouden van pen)

  • Moeite met op papier zetten van ideeën

  • Weinig ruimtelijk inzicht hebben

  • Zwart-wit denken; sterk vanuit ratio of vanuit emotie of snelle wisseling daartussen