Palmreflex

Wanneer de handen licht worden aangeraakt, sluiten de vingers, gaat de mond ‘zuigen’ en wordt het spijsverteringskanaal in werking gezet. Ook omgekeerd werkt het: wanneer de mond zuigt, sluiten de handen of zij maken een knedende beweging. Bij een ongeremde Palmreflex wordt de fijne (hand-)motoriek- en de mondmotoriek (spraak en articulatie) ongunstig beïnvloed. Duim en vingers kunnen moeilijk onafhankelijk van elkaar bewegen.

Wanneer de Palmreflex ongeremd aanwezig is gebleven is er stress op de mondspieren, kaakspieren, spieren in de keel, het spijsverteringskanaal en de handspieren. Spreken wordt bemoeilijkt doordat de tong eigenlijk op ‘zuigstand’ in de mond wil zijn. Om die beweging te onderdrukken gaan kinderen soms hard praten, met een geknepen stem, overmatig articuleren of binnensmonds praten. Soms hangt hun mond steeds open of hebben ze moeite met kauwen en slikken. Wanneer een kind met zijn handen bezig is, doet de tong mee: het puntje piept steeds naar buiten of duwt steeds in de wang. 

Het werken met de handen is vaak stressvol. Het doseren van kracht in de handen is lastig, vaak wordt teveel kracht gezet. Het kind (maar ook volwassenen) kan proberen het werken met de handen te vermijden, bijvoorbeeld door smoesjes te verzinnen of steeds bij anderen te kijken hoe zij het doen, ten koste van zijn eigen werk..

Doordat de mond zo actief is, wordt het spijsverteringsstelsel aangezet zonder dat er voedsel is. De maag produceert steeds maagzuur, maar reageert niet adequaat wanneer er echt voedsel komt. Voedsel wordt dan niet goed verteerd.De kaken kunnen ook ’s nachts gespannen blijven, wat kan leiden tot tandenknarsen tot het afbreken van tanden aan toe.

Wanneer er door de ongeremde Palmreflex te veel spanning op de kaken en kaakspieren staat, kunnen de schedelbeenderen en daardoor de ruggengraat en het bekken minder goed bewegen. Scheefstand van het bekken en rugpijnen die daardoor ontstaan, verdwijnen vaak wanneer de palmreflex*) onder controle is gebracht: het bekken komt recht te staan en daarmee ook de ruggengraat. Dat kan leiden tot het gevoel van weer gecenterd zijn in jezelf.

Bij sterke emotionele gebeurtenissen of een stoot tegen het hoofd, spannen de kaakspieren zich als een soort verdediging. Samen met de aanwezigheid van een ongeremde Palmreflex kan dat leiden tot stoornissen in de spijsvertering en in het ontplooien van de persoonlijkheid.

Kenmerken

  • Slechte handvaardigheid en fijne handmotoriek. Kracht in de handen moeilijk kunne doseren.

  • Slechte pincetgreep (witte knokkels bij schrijven, stevig vasthouden van schrijfgerei)

  • Slechte spierbeheersing voor in de mond, daardoor spraakstoornissen, slechte mondmotoriek, slechte articulatie. Te hard praten, overmatig articuleren, open hangende mond, geknepen stem, moeite met slikken en/of kauwen.

  • Gevoelige handpalmen

  • Slechte spijsvertering

  • Scheefstand van het bekken of de rug

  • Gespannen kaken of kaakspieren

  • Bij schrijven of tekenen trekt de mond, piept de tong uit de mondhoek of doet mee in de wang. Ook veelvuldig kwijlen kan duiden op de aanwezigheid van een ongeremde Palmreflex

  • Tandenknarsen

*) Scheefstanden van bekken of rug kunnen ook door andere reflexen, w.o. de ruggengraat bekken reflex) veroorzaakt worden.